Het onderzoeksmiddel wordt ontwikkeld voor de behandeling van ontstekingsziekten en auto-immuunziekten. Dit zijn ziektes waarbij het afweersysteem te hard werkt. Normaal helpt een ontsteking het lichaam om zich te beschermen tegen infecties of verwondingen. Maar bij ontstekingsziekten blijft deze reactie te lang doorgaan, zelfs als er geen echte bedreiging meer is. Auto-immuunziekten zijn een soort ontstekingsziekten. Bij deze ziekten maakt het afweersysteem een fout en valt die het eigen lichaam aan in plaats van indringers. Voorbeelden van ontstekingsziekten en auto-immuunziekten zijn reumatoïde artritis en de ziekte van Crohn.
In dit onderzoek bekijken wij hoe veilig het onderzoeksmiddel is en hoe goed het wordt verdragen. Ook onderzoeken wij hoe snel en in hoeverre het onderzoeksmiddel door het lichaam wordt opgenomen, getransporteerd, en uitgescheiden. Daarnaast onderzoeken we of het onderzoeksmiddel invloed heeft op het hartritme. Dat doen we door op een hartfilmpje (ECG) te meten hoe het hart zich herstelt tussen twee hartslagen.
De effecten van het onderzoeksmiddel vergelijken we met de effecten van een placebo en moxifloxacine. Een placebo is een middel zonder werkzame stof. Moxifloxacine is een goedgekeurd antibioticum en is al verkrijgbaar op de markt (antibiotica zijn medicijnen die schadelijke bacteriën in het lichaam doden of hun groei remmen).
Je krijgt het onderzoeksmiddel en placebo als capsules en moxifloxacine als tabletten via de mond. Gedurende 4 losstaande periodes krijg je het onderzoeksmiddel in totaal twee keer en de placebo en moxifloxacine elk één keer (1 dosering per periode).
Het middel is al onderzocht bij gezonde personen en patiënten met auto-immuunziekten. De volgende bijwerkingen zijn in deze onderzoeken het vaakst waargenomen: hoofdpijn en een hoger risico op infecties. Bij infecties dringen virussen, bacteriën, schimmels of parasieten (zogenoemde ‘ziekteverwekkers’) het lichaam binnen en beginnen daar te groeien. Als de afweer verminderd is, kan iemand dan ziek worden. Ook kun je last krijgen van andere, nog onbekende, bijwerkingen. Voorafgaand aan de medische keuring ontvang je schriftelijke informatie over het onderzoek waarin ook de mogelijke bijwerkingen staan beschreven. Deze informatie wordt ook met je besproken aan het begin van de medische keuring. Je kunt dan ook vragen stellen aan de keuringsarts of verpleegkundige. Wanneer alles duidelijk voor je is, kun je besluiten om schriftelijke toestemming te geven voor deelname aan het onderzoek. Pas daarna zullen de metingen van de medische keuring plaatsvinden. We willen benadrukken dat ook na de schriftelijke toestemming het meedoen aan elk onderzoek vrijwillig is. Je kunt te allen tijde beslissen om toch niet deel te nemen of te stoppen met de medische keuring of het onderzoek. Je hoeft geen reden op te geven waarom je niet meer deel wilt nemen.