Radioactiviteit

Onderzoeken met radioactief gemerkte medicatie.

PRA voert soms onderzoeken uit met geneesmiddelen die radioactief gemerkt zijn.
Omdat het woord “radioactief” vaak wordt geassocieerd met gevaarlijk, willen we graag inzichtelijk maken wat een dergelijk onderzoek inhoudt en dat deelname aan een dergelijk onderzoek geen extra risico met zich meebrengt.

Het radioactief merken van een geneesmiddel wordt gedaan om te kunnen onderzoeken hoe snel en in welke mate een middel in het lichaam wordt opgenomen, omgezet en uitgescheiden. De radioactiviteit verdwijnt tegelijk met het middel uit het lichaam via de ontlasting, urine of adem.

Onderzoek met een radioactief gemerkt geneesmiddel is verplicht voordat een nieuw geneesmiddel mag worden geregistreerd en is daarom ook algemeen aanvaard. Er zijn wetten (m.n. de Kernenergiewet) en richtlijnen (m.n. de ICRP62 van de ‘International Commission on Radiological Protection’) met betrekking tot de blootstelling aan radioactiviteit. Deze zijn er voornamelijk op gericht om de blootstelling zo laag mogelijk te houden. Voor de meeste geneesmiddelenonderzoeken zal de stralingsbelasting onder de 1 mSv zijn. Dit is minder dan een röntgenfoto van een gebroken been en ongeveer tweemaal zoveel als de extra straling die men tijdens een wintersportvakantie van twee weken op 2.000 meter boven zeeniveau oploopt.

De gemiddelde blootstelling aan natuurlijke achtergrondstraling in Nederland is ongeveer 2 - 2,5 mSv per jaar, met name afkomstig uit het heelal, uit de bodem, uit water, voedsel, lucht en uit bouwmaterialen. Hier bovenop komt nog de straling uit activiteiten tijdens het werk en vrije tijd zoals bijvoorbeeld televisie kijken, beeldschermwerk en het maken van een vliegreis.